Wist-je-datjes en   weet-je-watjes

OTTERGHEM HOEVE


Wie heeft de Ottergembrug al eens gebruikt? 

Dit is de tuikabelbrug in waaiervorm over de Ringvaart die de binnen- en buitenring van de belangrijkste verbindingsweg R4 rond Gent met elkaar verbindt en onder andere de Ghelamco Arena (nu Planet Group Arena) verbindt. De brug is vernoemd naar het Hof van Otterghem, een oude hoeve die ongeveer op de plaats van de huidige brug lag, op het grondgebied Zwijnaarde. Bij de aanleg van de Ringvaart is de hoeve afgebroken. 

Deze hoeve trekt onze aandacht!

Tussen het dorp Zwijnaarde en het "Hof van Ottergem", in de richting van Ledeberg, was de Schelde, die daar in grillige bochten stroomde en een soort van inham vormde, doorgesneden. Volgens een aantekening van 'Den Inventaris der kaarten en plans in 't Provinciaal Archief', onder het n° 122, te Gent berustend, werd het graven van dit kanaal tot zuyvering der wateren van de opperschelde' door de drie bovengenoemde Kasselrijen de Kasselrijen van Oudenaarde, des Ouden Burchts en des lands van Aalst op 28 februari 1777 besloten, en door keizerlijk decreet van 5 mei daarop volgend, toegestaan. De tweebogige brug die aan het Hof te Ottergem over dit kanaal lag, droeg het jaartal 1777. Dit als bewijs dat men er de werken nog hetzelfde jaar heeft voltrokken. Dit was dus de eerste Ottergembrug! Om nog beter de overstromingen van de hier omliggende landerijen tegen te gaan, wierp men op gans de lengte van het kanaal ook een brede dijk op. Men gebruikte de dijk later als straat.

In 'Journal d'affiche' van 1821 lezen we over de hoeve:

"Eene alderschoonste Hofstede met schuere, stallingen en andere batimenten, groene en drooge catheylen (goederen en gereedschap), groot in boomgaerd, hovinge, wal, zaeylanden, bosch en meersschen, ontrent 36 bunderen 72 roeden 59 ellen nieuwe maete.."

De naam Ottersem, Ottersam of Ottergem is een Merovingisch toponiem dat vermoedelijk verwijst naar een nederzetting rondom een dries uit de 5e-6e eeuw.

"Ottergem Dries heeft een fantastisch verleden.
Kastelen met een indrukwekkende historiek, prachtige boerderijen met uitgestrekte landerijen. De Gentse adel koos deze plek ten zuiden van Gent om er hun zomers door te brengen. Even weg van de stedelijke drukte. Even genieten van de gezonde buitenlucht. En tijdens hun plonzen in de Schelde aan de 'zevenweide' was het onderscheid tussen heren en boeren even verloren...
Maar Ottergem Dries heeft ook een grimmig verleden.
Door de eeuwen heen werd de wijk telkens weer onder de voet gelopen door buitenlandse troepen.
De bewoners werden beroofd, geslagen en verkracht, zelfs vermoord.
En kwam de dood niet door toedoen van een mensenhand, dan was er nog de natuur die er regelmatig huishield.1866 was een rampjaar voor de wijk. Het grootste aantal choleradoden viel hier te betreuren... "

De oudste vermelding waarin er gesproken wordt over het hof Ottersem dateert uit 1271. De hoeve dreigde in het water te verdwijnen door de Schelde. De abt van de Sint-Pietersabdij pleitte toen bij gravin Margaretha van Constantinopel om de rivier recht te trekken.

De Ottergemse Steenweg loopt naar een doorsnede van de Schelde, in 1276 gegraven op advies uitgebracht door twee deskundigen, de één was Minderbroeder, Willem van der Mude.

In 1452 was Jan van Beke de pachter van hoeve Ottersham. Als de prior en zijn convent op de hoeve verbleven kregen ze dagelijks, van de vooravond van 1 mei tot en met Allerheiligen 1 november: 'eenen verschen nieumolkin caes'. De pachter moest ervoor zorgen dat er dan dagelijks een netjes gedekte tafel klaarstond met 'peerden broet omme er tailloeren' van te maken. – Men maakte toen van platte broden nog eetborden-Naast de ongerijpte of platte kaas, leverden ze ook wekelijks buiten de vasten 4 pond 'nieukeerender' (vers gekarnde) boter aan de 'bottelrie' van de abdij, 2 pond op woensdag en 2 pond op vrijdag. Ook de priors gingen soms met een gezelschap van monniken een frisse neus halen op het Goed te Ottersham. Dan kregen zij van de dag voor 1 mei tot de dag voor Allerheiligen elke dag 4,5 pond boter, een teel zaan (room) van 3 vierendeel en 2 schotels afgeblazen room, plus een verse ' nieumolkinen' kaas. De opperprior kreeg daar nog eens 4 pond boter bovenop. Een gewone monnik mocht bij een bezoek aan het hof elke dag buiten de vastentijd rekenen op 1 pond boter en een teel zaan. Ten slotte kreeg de kastelein van Ottersham jaarlijks 10 steen boter. In een pachtcontract van 1502 werd er jaarlijks 26 steen boter (67.6 kg) bedongen, te leveren door de pachter van het Goed te Zwijnaarde aan de abdij van Sint-Pieters. (uit: Kaas en boter in Gent (1314-1542) door Daniel Lievois).Op 19 juni 1821 plant men de openbare verkoop van Otterschem. De toenmalige pachter heette Jan de Man, die het goed nog in pacht zou houden tot kerstavond 1823.  

Bron:

Weebly.be

Archief stad Gent

Archief UGent

De Potter & Boeckaert (1864-1899)

Het Provinciaal archief

Zwijnaarde: zijn geschiedenis – Eric De Keyser 2006