
De Tour de France
De Tour de France
De Ronde van Frankrijk, ofwel "Tour de France," is niet alleen een van de meest prestigieuze en bekende wielerwedstrijden ter wereld, maar ook een evenement vol heroïsche momenten en legendarische helden. Samen met de rondes van Italië (Giro) en Spanje (Vuelta) is het een van de drie Grote Rondes.
De eerste editie vond plaats in 1903 en sindsdien heeft de wedstrijd een rijke geschiedenis opgebouwd.
De Ronde van Frankrijk werd destijds georganiseerd door Henri Desgrange, hoofdredacteur van het tijdschrift L'Auto.

De energieke Henry Desgrange, organisator van de jaarlijkse 'Tour de France', bij de start van de 22ste ronde in 1925.
Zijn jonge medewerker, journalist Georges Lefèvre, die tevens de Tourdirecteur van de eerste editie was, werd geïnspireerd door de individuele poging in 1895 van wielrenner Jean Marie Corre. Corre introduceerde in 1895 een fiets van aluminium en testte deze in zijn eentje over alle bekende parcoursen in Frankrijk. Hieruit ontstond in 1903 het idee om deze tijdritten jaarlijks te laten herleven. De Tour is sindsdien uitgegroeid tot de belangrijkste en eervolste wielerwedstrijd van het jaar.
Een andere collega maakte op wat spottende wijze de opmerking "als ik het goed begrijp, mijnheer Lefévre wil u de renners de Tour de France laten rijden" en het idee was geboren. Na wat denkwerk en discussie met de commerciële baas van l'auto werd op 19 januari 1903 in de krant het eerste berichtje gepubliceerd.

De eerste editie van de Tour de France werd dus georganiseerd door de Franse krant L'Auto, die in die tijd in een sterke concurrentiestrijd verwikkeld was met de krant Le Vélo. Om de verkoop van hun krant te stimuleren en meer aandacht te krijgen voor de sport, besloten de redacteuren een grote wielerwedstrijd te organiseren.
Het totale prijzengeld bedroeg 20.000 franse frank en in totaal moesten de deelnemers 2428km afleggen onderverdeeld in slechts 6 etappes van om en bij de 400km. Een echt huzarenstukje.
Dat beseften ook de renners want er was maar zeer weinig interesse. Niemand had immers zin om 6 weken van huis weg te zijn en ook de kosten voor de renners waren te hoog. Het was zelfs zo erg dat Desgrange ernstig overwoog om de wedstrijd te annuleren.
Na enkele aanpassingen werd op 1 juli 1903 de officiële start gegeven. 60 renners die ingedeeld werden in 2 categorieën stonden aan de start: diegene die streden voor het eindklassement en diegene die streden voor etappewinst. Het vreemde aan die laatste categorie is dat de renners mochten opgeven tijdens een etappe en de dag erna gewoon weer mee mochten strijden voor de zege.
De reden voor deze vreemde beslissing was dat de organisatie veel moeite had om aan 60 deelnemers te geraken en daarom ook veel avonturiers en amateurs aan de start liet die vooral meededen voor het prijzengeld. Het feit dat Desgrange de eerste editie zelf niet volgde en dit overliet aan zijn luitenant Géo Lefèvre, getuigt ervan dat Desgrange nogal twijfelde aan het succes en de goede afloop van de wedstrijd.
Je kunt je wel inbeelden dat vooral bij de categorie die voor etappewinst ging alle mogelijke middelen werden toegepast: doping, de trein nemen, zich laten uit de wind zetten door vrienden die meefietsten, zich laten voortrekken door auto's, enz. Al wat winst kon opleveren werd gebruikt.

De eerste race vond plaats van 1 tot 19 juli 1903 en bestond uit zes etappes, met een totale afstand van ongeveer 2.428 kilometer. De winnaar van de eerste Tour was Maurice Garin, die de competitie met een combinatie van strategie en uithoudingsvermogen wist te domineren

Toen de eerste Tour de France in de pers werd aangekondigd, was Maurice Garin (1871-1957) – de Lance Armstrong van die tijd – er als de kippen bij om zich in te schrijven. Zijn voor een topsporter 'gevorderde' leeftijd (32 jaar) hield hem niet tegen. Hij won de eerste etappe. En deed dat met zo'n enorme voorsprong, dat zijn leidende positie in de rangschikking geen moment meer in gevaar kwam.
Het winnen van zowel de vijfde als de zesde etappe zorgde ervoor dat Garin uiteindelijk won met een voorsprong van méér dan drie uur op de nummer twee in de eindrangschikking, Lucien Pothier (1883-1957). In alle latere edities van de Tour is het tijdverschil tussen de nummers 1 en 2 van het eindklassement nooit meer zo groot geweest.
Dat de eerste editie van de Tour de France een echt huzarenstukje was bewijst het feit dat er slechts 21 van de 60 renners de eindmeet haalden. Winnaar werd Maurice Garin, een tot fransman genaturaliseerde Italiaan van slechts 1m60 en 63kg die het beroep van schouwveger uitoefende. Zijn voorsprong op de 1ste achtervolger bedroeg maar liefst 2u49 minuten en op de laatste meer dan 60 uur.
Maar Desgrange, Lefèvre en de overige medewerkers van het sportblad L'auto konden tevreden terugkijken op deze eerste editie. Het experiment was gelukt en er werd al nagedacht over de editie van 1904 waarbij de minpunten zouden worden weggewerkt.
Met de belangstelling van het publiek was het aanvankelijk slecht gesteld, maar gaandeweg kwam daar verandering in. Bij de finish in Parijs werden de renners door ruim tienduizend toeschouwers opgewacht. Als winnaar van deze eerste editie ontving Garin een geldprijs van 6.000 francs. Als je bedenkt dat het loon van een werknemer in die tijd niet meer dan enkele dubbeltjes per week bedroeg, een onwaarschijnlijke som geld.
Omdat het commerciële succes tegenviel, stond Desgrange aanvankelijk niet te dringen om de wielerwedstrijd in 1904 opnieuw te organiseren.

kwam het ervan. De omstandigheden waren zwaar. Renners moesten rekening houden met slechte wegen en onvoorspelbare weersomstandigheden: In de vroege jaren van de Tour waren de renners niet alleen afhankelijk van hun fysieke kracht, maar ook van de elementen. In 1904, bijvoorbeeld, waren er heftige regenbuien en modderige wegen die de race tot een ware beproeving maakten. Veel renners gaven op, maar degenen die doorgingen, werden als helden gezien.
Tour de France 1904
Omdat een lokale favoriet in de tweede etappe van verdere deelname werd uitgesloten – hij had zich door een motor laten voortrekken – richtten boze supporters bij de doorkomst in Nimes een enorme barricade op. Hierdoor was verder rijden onmogelijk. Het gevolg? Een enorme vechtpartij waarbij de politie uiteindelijk de rust moest herstellen.
Tijdens de wedstrijd werden in totaal negen wielrenners gediskwalificeerd. Ieder voor zich hadden zij op verschillende trajecten in de wedstrijd de auto of de trein genomen. In december 1904 werden de nummers 1 tot en met 4 van het eindklassement alsnog gediskwalificeerd. Ook van hen werd bekend dat zij meerdere van de loodzware etappes geheel of gedeeltelijk per trein hadden afgelegd.
Na de succesvolle eerste edities groeide de Ronde van Frankrijk snel in populariteit. De organisatie besloot om elk jaar een nieuwe editie te houden, waardoor de Tour een vast onderdeel van de wielersport werd. In de daaropvolgende jaren werden er steeds meer etappes en nieuwe routes toegevoegd. De race ontwikkelde zich van een nationale tot een internationale gebeurtenis, met deelnemers uit verschillende landen.
In 1909 wint voor het eerst een Belg een etappe, namelijk Cyrille Van Hauwaert. Het betreft de eerste etappe met aankomst in Roubaix waar Van Hauwaert het jaar voordien de helleklassieker Parijs Roubaix op zijn naam heeft geschreven.
Leuke anekdote is dat Cyrille Van Hauwaert nog tijdens zijn loopbaan al fietsen begon te ontwerpen. Af en toe zie je op retro fietsmarkten nog eens een Van Hauwaert fiets passeren.
1909 was ook het eerste jaar dat een niet Fransman de Tour de France won. Deze gelegenheid was weggelegd voor de Luxemburger François Faber die het jaar daarvoor als 2de was geëindigd.
De Belg Philippe Thys wint met groot overmacht in 1914 zijn 2de Tour de France. Het zag er echter niet zo goed uit wanneer Thys tijdens een etappe zijn vork breekt en op zoek moet naar een fietsenmaker waar hij die zelf moet herstellen. Hij vraagt echter hulp waardoor hij een uur straf toegekend krijgt en de Tour dreigt te verliezen.
Maar ondanks dit tijdsverlies houdt hij nog 2 minuten over en wint dus zijn 2de Tour.
Er is ook een nieuwigheid in deze Tour: aan het frame van de fiets wordt voortaan het nummer van de deelnemer opgehangen.
"Het is niet zonder echte emotie dat ik deze regels vandaag schrijf, denkend dat op dit moment de meest afschuwelijke taak van de Tour de France van 1910 is begonnen, en dat onze renners, al getest door 2.500 km aan wegen bezaaid met talloze moeilijkheden, zijn vertrokken naar Luchon, en zo de eerste van twee verschrikkelijke Pyreneeënetappes zijn begonnen. Niemand weet nog of we de grenzen niet hebben overschreden, of we niet te veel van de menselijke geest vragen."
Dat waren de woorden van Charles Revaud van L'Auto op de dag dat het peloton van de Tour voor het eerst de Pyreneeën introk. Het was geen kleine stap.
Alphonse Steinès, de assistent van Henri Desgrange bij L'Auto , moest een verkenningstocht ondernemen om zijn baas ervan te overtuigen dat het een goed idee was. Hij stuurde Desgrange een telegram dat in de geschiedenisboeken is terechtgekomen, omdat hij beweerde dat de weg naar de Tourmalet 'perfect begaanbaar' was, ondanks het feit dat hij door de enorme sneeuwduinen gedwongen was om te lopen en was aangetroffen terwijl hij op de rand van onderkoeling naar de lichten van Barèges strompelde.
Opnieuw 2 primeurs in de Tour. De eerste is dat de renners voor het eerst de verschrikkelijke Pyreneeën moeten overwinnen. Een echt huzarenstukje als je weet dat de renners toen nog zonder versnellingen reden.
Ze hadden enkel een groter tandwiel achteraan voor de beklimmingen. Aan de voet van de berg stapten de renners af en draaiden hun wiel om. Aan beide kanten van het achterwiel zat namelijk een tandwiel: een groot voor de bergen en een klein voor de vlakke etappes.
Voor het eerst stonden de Tourmalet, de Aspin, de Aubisque en de Peyresourde op het programma. Dat deze beklimmingen met de middelen van toen loodzwaar waren bewijst het feit dat de latere winnaar Octave Lapize de Tourbaas Desgrange uitschold voor moordenaar.
Slechts een veertigtal renners van de 110 aan de start zullen de aankomst bereiken. Voor het eerst werd ook een bezemwagen ingevoerd omwille van het grote tijdsverschil door de bergen.
Odiel Defraeye is de allereerste Belg die de Ronde van Frankrijk wint. In de 3de etappe nam hij de leiderstrui om de schouders en zou die niet meer afstaan. De Tour van 1912 was zeer succesrijk voor de Belgen met maar liefst 7 landgenoten in de top 10. Het was meteen het begin van een succesperiode voor het Belgische wielrennen die zou duren tot aan 1922 met heel wat eindoverwinningen.
De eindzege en de Vlaamse euforie bij thuiskomst inspireerden journalist Karel Van Wijnendaele om in 1913 voor de eerste keer een Ronde van Vlaanderen te organiseren. Een mythe was geboren.
Het uitbreken van de 1ste wereldoorlog maakt voorlopig een einde aan de jaarlijkse Ronde van Frankrijk. Pas in 1919 gaat de 13de editie van start en opnieuw is het een Belg die op het hoogste schavotje staat, namelijk Firmin Lambot.
Voor deze editie stonden slechts 69 renners aan de start en slechts 10 zouden de finish halen. Dit was te wijten aan het feit dat veel favorieten gesneuveld waren tijdens de oorlog en het overgrote gedeelte van de deelnemers niet optimaal had kunnen trainen en dus moest opgeven.
Een nieuwe start en dus ook een nieuw idee dat het symbool werd van de Ronde van Frankrijk: de gele trui. Organisator Henri Desgrange zat al een tijdje met dit idee in het hoofd maar voerde de trui pas in na de 10de etappe op aandringen van het publiek dat klaagde dat ze de leider in het klassement niet konden herkennen. De renners zelf waren er echter niet wild van omdat ze voortaan niet meer anoniem konden aanvallen.
De gele kleur werd gekozen omwille van de sportkrant l'Auto die gedrukt was op geel papier en tevens hoofdsponsor was van de Tour.

Andere truien, zoals de groene trui voor de beste sprinter en de bolletjestrui voor de beste klimmer, werden later toegevoegd.
In 1913 won de Belg Philippe Thys de eerste van zijn 3 tourzeges. Het was vooral een Ronde van Frankrijk van veel ongelukken. Kanshebbers zoals Eugène Christophe en Marcel Buysse waren door pech ver terug geslagen.
Het opmerkelijkste verhaal is dat van Eugène Christophe die na een aanval net voor de top van de Tourmalet zowel zijn voor- als achtervork brak. Hij moest 14 km te voet afleggen naar de smidse waar hij tenslotte zelf zijn fiets moest herstellen. Hulp van de smids was tegen het reglement. Het kostte hem uren en meteen was zijn kans op de eindzege gaan lopen.
In de Tour van 1913 stond voor de eerste keer ook een niet Europeaan aan de start: de amper 18 jarige Tunesiër Ali Neffati. Potten breken deed hij niet.
In 1924 duikt het eerste dopingverhaal op!
Na zijn overwinning in 1923 was Henri Pélissier opnieuw de grote favoriet maar het liep al mis vanaf de 3de rit. Hij kreeg namelijk een tijdstraf omdat hij 2 truien aanhad wat in strijd was met het toenmalige (onmenselijke) reglement.
Daarom stapte Henri samen met zijn 2 andere broers uit de wedstrijd en deed vervolgens zijn beklag bij de journalisten over de onmenselijke omstandigheden. De broers toonden de pillen die ze moesten slikken om de Tour uit te kunnen rijden en meteen was het eerste dopingverhaal geboren. Een journalist haalde voor het eerst de term boven van wielrenners zijn de dwangarbeiders van de weg.
De ronde van 1924 werd uiteindelijk gewonnen door de Italiaan Ottavio Bottecchia die na zijn loopbaan fietsenproducent werd.
De Ronde van Frankrijk werd onderbroken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van 1940 tot 1946 vond er geen Tour plaats, wat een grote impact had op de wielersport en de populariteit van de race. Na de oorlog werd de Tour opnieuw gelanceerd, en de organisatie bracht enkele veranderingen aan om beter aan te sluiten bij de nieuwe tijdgeest.
In de jaren '60 en '70 begon de professionalisering van de sport en de Ronde van Frankrijk. Teams werden gesponsord en er kwamen meer technische innovaties, zoals verbeterde fietsen en trainingstechnieken. De concurrentie werd steeds heviger, met legendarische renners zoals Eddy Merckx, Bernard Hinault, en Miguel Indurain die naam maakten in de Tour.

