
Alfred Nobel
Alfred Nobel

Alfred Nobel was niet zomaar een uitvinder, hij was de dynamiet in persoon! Met zijn explosieve uitvinding maakte hij letterlijk en figuurlijk een knallend entree in de geschiedenis. En alsof dat nog niet genoeg was, bedacht hij ook nog eens de Nobelprijs om zijn imago op te krikken van "Mr. Boom Boom" naar MR. Peace Prize". Dus ja, Alfred Nobel was niet alleen een genie in de wetenschap, maar ook een meester in het creëren van zijn eigen erfenis met een knal!
Alfred Nobel was een Zweeds chemicus, ingenieur en uitvinder die vooral bekend staat als de oprichter van de Nobelprijs. Hij werd geboren op 21 oktober in Stockholm en overleed op 10 december 1896 in San Remo. Nobel vond het dynamiet uit, een explosief dat destijds veel werd gebruikt in de mijnbouw en de aanleg van infrastructuur. In zijn testament bepaald Nobel dat zijn fortuin moest worden gebruikt om de Nobelprijzen in te stellen, die jaarlijks worden toegekend voor prestaties op het gebied van de natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur, vrede en later ook economie. Alfred Nobel wordt herinnerd als een belangerijke figuur die wetenschap, cultuur en vrede heeft bevorderd.
Het zal voor wie niet op de hoogte is van de omstandigheden van Nobels leven, zeker zonderling schijnen, dat iemand, die de volkeren het dynamiet in handen gaf, - een der verschrikkelijkste verdelgingsmiddelen waarover de legers beschikken – tegelijkertijd een ijverig voorvechter was van de vrede.
Voor wie echter het doel van Nobels werken kent, is dit geen tegenstrijdigheid meer, doch een begrijpelijk en logisch samentreffen. Hoogstens zou men van een tragedie kunnen spreken, omdat hij met zijn uitvinding, waarvoor hij zelfs zijn leven heeft geriskeerd, zijn doel niet heeft bereikt. Integendeel zelfs: wat de oorlog had moeten verhinderen en onmogelijk maken in de toekomst, heeft het die slechts gestimuleerd en vreselijker gemaakt.
Alfred stamde uit een oud Zweeds boerengeslacht van uitvinders. De weinige schoolopleiding die hij in zijn jeugd genoot, vormde geen beletsel voor hem om zich door het leven te slaan. Reeds op zeventienjarige leeftijd vertrok hij naar Amerika en dertien jaar later hield hij zich al bezig met het nemen van allerlei scheikundige proeven o.a. met nitroglycerine, waarop hij op de ontplofbaarheid in 1864 patent verkreeg. Hij had hiervoor de zogenaamde Nobelontsteker uitgevonden, die men praktisch gebruiken kon.

Bij een explosie van zijn fabriek in hetzelfde jaar, kwam zijn jongere, zeer begaafde broer Emil, met nog vier andere werknemers, om het leven? Dit ongeval bezorgde Alfred een ontzettende schrik, en voortaan experimenteerde hij nu nog slechts met de gevaarlijke springstof op een oude schuit, die enige mijlen van de kust verwijderd in het Mälar-meer lag. In het volgende jaar echter bouwde hij reeds de eerste nitroglycerinefabriek van de wereld te Vinterik nabij Stockholm.
Nobel was daar directeur, correspondent,kassier en chemicus in één persoon. Hij stichtte echter ook spoedig in Hamburg een grote fabriek en voerde nu naar bijna alle landen nitroglycerine uit. In het begin richtten explosies daarbij veel ongelukken en schade aan, waardoor men hem aanspoorde een bindmiddel te bedenken voor de zo gevaarlijke springstof. Op deze wijze ontstond het dynamiet, dat men ook wel "Nobels veiligheidspoeder" noemde. Deze uitvinding riep een totaal nieuwe industrie in het leven, en het veiligheidspoeder vond een ongemeen grote afzet – vooral tijdens de oorlogen van de volgende jaren.
Nobel zijn streven naar wereldvrede
Nu volgde uitvinding op uitvinding. Nobel verhuisde naar Parijs en vandaar naar San Remo. Hier hield hij zich ook met andere laboratoriumproeven bezig – en met werken voor de wereldvrede!
De wereld kende Nobel alleen als uitvinder van allerlei gevaarlijke springstoffen, die door de regeringen van de verschillende landen graag gekocht werden om ze in de oorlog te gebruiken. Dat Nobel ook voor de vrede werkte – eigenlijk slechts uitsluitend! – wist zo goed als niemand.
Dit bleek pas in 1889, toen Bertha von Suttner haar beroemde boek "Die Waffen nieder!" liet verschijnen. Dat was feitelijk de eerste oorlogsroman die ooit geschreven werd – een felle aanklacht tegen het systeem, dat de oorlog nog mogelijk maakte en een kaakslag in het gezicht van hen die de oorlog durfden verheerlijken. Bij het verschijnen van dit opzienbarend boek vernam men pas, dat de schrijfster bijna… de particuliere secretaresse van Nobel was geworden. Hij had haar reeds in 1876 geëngageerd om in zijn dienst voor de vrede te werken. Hun overeenkomst was alleen niet doorgegaan omdat Bertha von Suttner in het huwelijk trad. Ze bleef echter propaganda maken voor de vrede, en Nobel volgde haar arbeid met grote belangstelling. Verscheidene keren had hij haar giften toegezonden, en in het jaar 1887, toen hij haar voor het eerst weer terugzag, schonk hij haar terug tachtig pond. Het was bij deze gelegenheid dat hij haar de merkwaardige woorden schreef: "Wensen alleen kunnen de vrede niet verzekeren. Mijn fabrieken zullen waarschijnlijk nog eerder een einde maken aan de oorlog, dan uw congressen. Op de dag dat twee legercorpsen elkander over en weer in één seconde zullen kunnen vernietigen, zullen alle beschaafde volkeren wel voor een oorlog terugdeinzen en hun troepen afdanken…"
Nobel zijn droom
In deze woorden onthult Alfred Nobel het doel van zijn leven: door zijn uitvindingen op het gebied van de gevaarlijkste springstoffen het praktisch onmogelijk te maken dat er nog ooit oorlog gevoerd zou worden. De wapens waarover men toen in beide kampen beschikte, moeste zo vreselijk worden, dat de gebruikmaking ervan voor beide tegenstanders de absolute vernietiging betekende. Dit doel meende hij te hebben bereikt: in één seconde zouden twee legercorpsen elkaar inderdaad kunnen vernietigen. In theorie evenwel – zijn misrekening, en ook zijn tragische ontgoocheling. Overal om zich heen zag hij de verdelgingsmiddelen, die hij had uitgevonden, toepassen, in iedere oorlog werden ze gebruikt – maar de oorlog werd er niet onmogelijk door, zoals hij had gehoopt.
Toch zou hij nog een poging wagen. Hij engageerde een gepensioneerde Turkse diplomaat, Aristarchi Bey, om stappen voor hem te doen bij het vredescongres dat toen gehouden werd en de diplomaten te wijzen op het onzinnige van het oorlog voeren nu beide tegenstanders over zo'n geweldige strijdmiddelen beschikken. De diplomaat liet zich voor zijn poging met grof geld betalen, maar bereikte niets – om de eenvoudige reden dat hij er geen moeite voor deed, doch het geld verbraste.
Opnieuw bedacht Nobel een andere manier om de vrede te verzekeren. In het begin van 1893 schreef hij aan Bertha von Suttner "ik zou een deel van mijn vermogen beschikbaar willen stellen om een prijs te stichten, die alle vijf jaar verdeeld moet worden – laten we zeggen zes keer, want wanneer het in dertig jaar niet is gelukt om het tegenwoordige systeem te veranderen, dan is de terugval in het barbarisme onvermijdelijk. Hij stelde nu zij nauwkeurig vredesprogramma samen en droeg het Noorse Storthing op ieder jaar uit de rente van het door hem gestichte fonds het aanzienlijke bedrag van tweehonderdduizend Zweedse kronen uit te reiken aan diegenen die het meest in het belang van de wereldvrede had gewerkt.

Reeds verscheidene vooraanstaande figuren hebben deze prijs in ontvangst mogen nemen – doch de wereldvrede werd er niet door verzekerd en Nobels zijn vrees waaraan hij in 1893 uitdrukking gaf – de terugval der volkeren in het barbarisme – is dichter bij haar verwezenlijking dan de vrede.
Nobels zelf heeft dit wel voelen aankomen, want toen men hem eens "de vriend van vele vrienden " noemde, antwoordde hij: "Men zinspeelt op mijn vele vrienden! Maar waar zijn ze? op de droeve bodem van vervluchtigde illusies of op de bodem van het geldmoeras… Geloof me: Veel vrienden vindt men slechts onder honden, die men met vlees voert. Dankbare buiken en dankbare harten zijn tweelingen…"
Gedesillusioneerd stierf Alfred Nobel die zijn leven lang aan zijn hart geleden had, in het jaar 1896 te San Remo.
Ondanks het feit, dat hij een geweldig vermogen naliet – bij zijn dood bezat hij eenendertig miljoen kronen, waarvan hij ook nog een deel beschikbaar stelde voor prijzen op het gebied van Chemie, natuurkunde, medicijnen en letterkunde. - is hij in werkelijkheid toch een arme, eenzame man geweest, die veel geleden heeft door het feit dat men in hem meer de rijkaard en de succesvolle uitvinder zag, dan de mens die idealen – en wat voor idealen – koesterde. Hij stierf zonder de warmte van de huiselijke haard te hebben gekend – hij is nooit getrouwd geweest – en zonder de hand van een zoon of van een vrouw op zijn koud wordend voorhoofd. Als een eenzame, met een groot, warm hart, dat slechts door weinigen begrepen werd.

